PublicatiesColumnConsequenties van de krimp
Column

Consequenties van de krimp

January 2014

Welstede Kinderopvang, Speelwerk, HefGroep, De Blokkentoren, het zijn slechts enkele voorbeelden van kinderopvangaanbieders die de krimp niet overleefden en recent failliet gingen. Het zullen zeker niet de laatste faillissementen zijn.  Was 2013 slecht? 2014 belooft op dit punt pas echt een top-, of beter gezegd, tobjaar te worden.

Natuurlijk is een faillissement het laatste waar je als bestuurders, toezichthouders, personeel, klanten en samenwerkingspartners op zit te wachten. Maar steeds vaker is het de enige uitweg uit een uitzichtloos toekomstperspectief. De doorslaggevende fatale molenstenen zijn meestal langdurige huisvestings- en personele verplichtingen op onderbezette locaties. En niet zelden is de afwikkeling en het wereldvreemde optimisme van het UWV bij ontslagaanvragen in de kinderopvang de laatste druppel om de laatste twijfels voor een faillissementsaanvraag weg te nemen.    

Imagoprobleem

Het faillissement heeft onmiskenbaar een imagoprobleem en wordt standaard geassocieerd met falend bestuur, financieel wanbeleid en mismanagement. Maar – zeker voor de kinderopvangbranche – geldt dat dat beeld lang niet altijd terecht is.

Double digit dip

De omvangrijke double digit dip in 2013 en 2014 heeft immers niemand kunnen voorzien. Sterker nog, deskundigen voorspelden in 2011 nog – ondanks de bezuinigingsbesluiten – een uiterst rooskleurige toekomst: 'Moeten medewerkers van de formele kinderopvang nu vrezen voor hun baan? De groei van de kinderdagopvang is aan het afvlakken en zou door deze maatregelen licht kunnen dalen. De groei van de buitenschoolse opvang blijft echter onverminderd hoog. Naar verwachting zal de groei in de buitenschoolse opvang door de bezuinigingen wat afvlakken maar niet omslaan in een krimp.' (Jongen, CPB, juni 2011)
Ook investeerders en banken zagen in die periode geen enkel beletsel om fors te investeren in capaciteitsuitbreiding of marktaandeel. Slechts 2,5 jaar later is het marktperspectief voor ondernemers radicaal gewijzigd.    
Toch onderscheid de kinderopvangbranche zich ook in deze barre tijden. De recente faillissementen illustreren dat er na maatschappelijk verantwoord ondernemen ook maatschappelijk verantwoord failleren bestaat.

Het onvermijdelijke

Veruit het merendeel van de faillissementen in andere branches wordt aangevraagd door schuldeisers met openstaande rekeningen. Bestuurders stellen het onvermijdelijke einde daar zo lang mogelijk uit. Het gevolg daarvan is vaak dat de kansen om de levensvatbare onderdelen te laten doorstarten sterk afnemen.    
Opvallend aan de recente faillissementen in de kinderopvangbranche is dat niet schuldeisers maar bestuurders zelf het faillissement aanvragen. Vaak al voordat de schulden de pan uitrijzen. Soms wordt zelfs – al ruimschoots voor het faillissement – de aanstaande curator of stille bewindvoerder ingeschakeld om een snelle doorstart mogelijk te maken.  
Het positieve effect van voortvarende besluitvorming over een faillissement is dat de kansen op een doorstart en behoud van een kwalitatief aanbod maximaal gewaarborgd blijven.

Kansloos verleden

De resterende waarde van de noodlijdende onderneming lekt – door een faillissement – niet (langer) weg aan de afkoop van het kansloze verleden. Investeringen in de afkoop van huur- of arbeidscontracten leveren immers geen enkel rendement op voor de kinderen en ouders die na de doorstart gebruik blijven maken van het aanbod.
2014 is wellicht bij uitstek het jaar om de beeldvorming over faillissementen in de branche te doorbreken. Misschien moeten we wel erkennen dat bestuurders die maat-
schappelijk verantwoord failleren als geen ander het kind – en niet de organisatie, het personeel of eigen ego – centraal stellen.  

Reageren? ed@buitenhek.nl.
www.bbmp.nl

'De recente faillissementen illustreren dat er naast maatschappelijk verantwoord ondernemen ook maatschappelijk verantwoord saneren en failleren bestaat.'

adviesbureau peuteropvang
BSO
advies kinderopvang
column