PublicatiesNieuwsartikel1e Analyse begroting kinderopvang 2014 en verder
Nieuwsartikel

1e Analyse begroting kinderopvang 2014 en verder

September 2013

Onevenwichtige lastenverdeling ouders, werkgevers en Rijk na 2012
De nieuwe begroting bevestigt dat de ouderbijdrage in 2013 oploopt tot 39% van de kinderopvangkosten. Dat is niet alleen hoger dan de 33% die was beoogd maar ook hoger dan de 37% die eerder was geraamd bij de besluitvorming over de bezuinigingen in 2011:

1 SZW-berekeningen Bron: Begroting / MvT 2014 SZW

Als we de cijfers vanaf 2008 op een rij zetten zien we het volgende beeld:

Lastenverdeling kinderopvangkosten 2008-2014 in %

Daaruit blijkt dat in 2012 sprake was van een evenredige verdeling van de lasten over de drie financiers. Na 2012 loopt het kostenaandeel voor werkgevers en ouders sterk op en loopt de Rijksbijdrage terug naar iets meer dan 20%.

Tenminste € 400 mln. meer bezuinigd op kinderopvang dan gepland
In onderstaande tabel wordt duidelijk hoeveel er in de nieuwe ontwerpbegroting wordt afgeroomd in
vergelijking met de vorige begroting (2013):

Door de veel sterker dan geraamde vraaguitval onttrekt het Kabinet structureel € 400 mln. aan de eerdere
kinderopvangbegroting.


Ondanks sterk afgeroomde begroting opnieuw meevaller te voorzien in 2013
Net als in de vorige begroting is er opnieuw sprake van een zeer optimistische raming van het volume:

Bron: SZW, financiële administratie

Door de veel sterker dan geraamde vraaguitval onttrekt het Kabinet structureel € 400 mln. aan de eerdere
kinderopvangbegroting.

In onderstaande tabel wordt duidelijk dat het kabinet nog steeds verwacht dat 2013 het laatste jaar is van
de volumekrimp. Het volume in 2014 is vrijwel gelijk aan 2013. Daarna groeit de markt weer met 3% per jaar volgens de nieuwe raming:

In de nieuwe begroting raamt het kabinet voor 2013 een volume krimp van 9%. De verantwoordelijk
minister heeft over het eerste halfjaar van 2013 al gemeld (zie brief 9 september SZW) dat de krimp over het eerste half jaar van 2013 13% bedraagt in vergelijking met het gemiddelde van geheel 2012 en nog steeds een dalende trend laat zien.
Dat betekent dat we nu al weten dat deze al fors afgeroomde kinderopvangbegroting 2014 opnieuw een forse meevaller in 2013 zal laten zien van naar schatting € 100 mln. of meer.

En ook na 2014 weer begrotingsmeevallers verwacht …
Over de meerjarenraming zegt het kabinet dat er na 2014 weer groei van de kinderopvang (3% per jaar) zal zijn met name door extra BSO afname

De uitaven aan kinderopvangtoeslag (KOT) zijn in 2014 nagenoeg gelijk
aan de uitgaven in 2013. De uitgaven aan KOT nemen vanaf 2014 toe,
voornamelijk door een geraamde toename van het aantal kinderen in de
buitenschoolse opvang. De uitgaven aan kinderbijslag dalen voornamelijk

Bron: pag. 27 mvt SZW

Die groeiprognose is opmerkelijk en onwaarschijnlijk gelet op het cohort effect (vrijwel alle kinderen in de BSO hebben daarvoor op de dagopvang gezeten en als daarvan het bereik krimpt daalt na enkele jaren ook het bereik van de BSO).

In 2011 was percentage kinderen 0-4 jaar met kinderopvangtoeslag 52% en - op basis van een (te) optimistische raming - daalt dat volgens de nieuwe begroting naar 44% in 2014. Dat betekent een afname in bereik van 15% in de 0-4 groep die na 2015 ook zal doorwerken in het bereik bij de 4-12 jarigen.

Conclusies
Voor 2013, maar ook voor de jaren daarna, zijn nog forse begrotingsoverschotten op de nieuwe kinderopvangbegroting te verwachten door een te optimistische raming van de groei door het kabinet. In de praktijk van de branche zien we dat terug in de meerjarenramingen van kinderopvangbedrijven en in sterke terugloop (veel sterker dan de krimp van de dagopvang als geheel) van de instroom van baby’s. De lastenverdeling van de kinderopvangkosten tussen Rijk, ouders en werkgevers laten in de nieuwe begroting een zeer onevenwichtig beeld zien dat ver af staat van de beoogde verdeling (ieder een derde). Een belangrijke oorzaak van die onevenwichtige verdeling - het relatief lage aandeel in de financiering door het Rijk - is dat de verhoging van de werkgeversbijdrage kinderopvang in 2012 niet in mindering gebracht is op de lastenverhoging (lagere toeslag) voor ouders maar volledig is benut om het Rijksaandeel in de kosten terug te brengen1. Daarnaast speelt dat de werkgeversbijdrage niet gekoppeld is aan de omvang van de gerealiseerde of begrote kinderopvang kosten maar een vast percentage over de loonsom van bedrijven in Nederland is. Dat betekent vraaguitval in de kinderopvang vrijwel altijd zal leiden tot een hoger aandeel in de kosten voor werkgevers en een lager aandeel voor het Rijk. Door de te optimistische raming in de kinderopvangbegroting zal blijken dat de onevenwichtigheid in lastenverdeling nog zal toenemen en het aandeel van het Rijk op korte termijn tot onder de 20% zal dalen.

1 Bij de besluitvorming in 2011 werd de welbewuste verhoging van de werkgeversbijdrage gekwalificeerd als begrotingsmeevaller waarop de Zalm norm van toepassing werd verklaard. Dat was destijds een wat wonderlijke redenering aangezien die werkgeversbijdrage geoormerkt was voor kinderopvang en een correctie was op de - ook destijds – als onevenwichtig beoordeelde lastenverdeling tussen Rijk, ouders en werkgevers.

kinderopvangtoeslag
rekenkamer
advies kinderopvang
adviesbureau harmonisatie
nieuws