Bouwen
Submit to TwitterSubmit to LinkedIn
 
Utrecht - juli 2019

Gratis en voor niets meer kinderopvang...

De Voorjaarsnota geeft een tussentijds overzicht van het lopende begrotingsjaar van het Rijk en wordt jaarlijks voor 1 juni door de Minister van Financiën aan de Eerste en Tweede Kamer aangeboden. In de recent gepubliceerde Voorjaarsnota 2019 lezen we dat het gebruik van kinderopvang meer stijgt dan eerder werd verwacht.

Normaal gesproken is dat aanleiding voor onrust en speculaties over naderende bezuinigingen. 10 jaar geleden was een forse budgetoverschrijding op de kinderopvangbegroting immers het startschot voor een enorme bezuinigingsoperatie. Maar dit keer is het anders en wordt de begroting voor de uitgaven aan kinderopvangtoeslag zelfs neerwaarts bijgesteld. Meer gebruik en dus ook meer aanspraak op kinderopvangtoeslag past blijkbaar binnen een kleiner budget en dat is best opmerkelijk. Hoe dat zit blijkt uit de toelichting.

Maar eerst de vraag hoe het kan dat er meer vraag naar kinderopvang is.
Het antwoord daarop levert het CBS met een recente analyse van de arbeidsparticpatie cijfers. Onder de kop Meer ‘grote’, minder ‘kleine’ anderhalfverdieners lieten zij eind mei zien dat de arbeidsduur van paren steeds groter wordt en dat paren met jonge kinderen (jongste kind nog geen 12 jaar) relatief vaak ‘grote’ anderhalfverdieners zijn.

In 2008 werd - ter onderbouwing van de bezuinigingsplannen - de relatie tussen kinderopvang en arbeidsparticipatie nog ter discussie gesteld.

De recente cijfers van het CBS laten echter een helder verband zien tussen het gebruik van kinderopvang en de arbeidsparticipatie in jonge gezinnen:

Gebruik dagopvang 0-4 jaar

De meerjarenbegroting van het Rijk houdt geen rekening met volumegroei in de komende jaren:

  Meerjarenbegroting van het Rijk

Zo wordt de toename van de uitgaven aan kinderopvangtoeslag in 2020 geraamd op 1,9% en dat is exact de voorgestelde verhoging van het toeslagtarief. Met verdere volumegroei na 2019 wordt in de Rijksbegroting dus geen rekening gehouden en dat zou wel moeten als we de analyse van het CBS zien.

De Belastingdienst Toeslagen is de reddende engel of deus ex machina die ervoor zorgt dat de kinderopvanguitgaven – ondanks de sterkere groei - binnen de perken blijven. Maar hoe doen ze dat? Volgens de Voorjaarsnota doet de Belastingdienst dat door nauwkeuriger voorschotten aan kinderopvangtoeslag te betalen.
Tot nu toe zagen we jaarlijks dat de Belastingdienst enkele honderden miljoenen (in 2017 ging het om ruim € 300 mln.) te veel aan voorschotten uitkeerde en vervolgens moest terugvorderen. Die extra uitgaven telden wel mee voor de begroting. De voorschotbetalingen van de kinderopvangtoeslag sluiten echter steeds beter aan op de daadwerkelijke aanspraak van gezinnen. En ondanks de sterkere groei zijn er - door de verbeteringen in het proces bij de Belastingdienst - per saldo minder kasuitgaven aan toeslag en dat is wat telt als het gaat om de Rijksbegroting.

Meer kinderopvang voor minder geld, dat smaakt naar meer en wie de laatste rapportage van de Belastingdienst (23e halfjaar rapportage) ziet dat er nog heel veel ruimte is voor verbetering. Zo krijgt slechts 20% van alle gezinnen precies het bedrag aan kinderopvangtoeslag waar zij recht op heeft. Dat betekent dat ca. 80% van alle gezinnen met kinderopvang nog steeds te maken krijgt met een nabetaling of terugvordering. De enorme detaillering van de toeslagregeling levert niet alleen veel werk op maar zorgt er - naar nu blijkt - ook voor dat er budgetruimte verdwijnt.

Het pleidooi van een kinderopvangondernemer om daar wat aan te doen heeft het niet gehaald. Dat blijkt uit de toelichting bij het Besluit Kinderopvangtoeslag 2020: in een van de reacties (op het ontwerpbesluit) wordt aangegeven dat het wenselijk is om minder inkomensgroepen te hebben in de toeslagtabel. Een kleine inkomenswijziging leidt nu relatief snel tot een wijziging van het toeslagpercentage (en dus tot een nabetaling of terugvordering). De staatssecretaris wijst dit pleidooi af: “omdat er juist bewust gekozen is voor een groot aantal inkomensgroepen. De wijziging van het toeslagpercentage verloopt zo meer geleidelijk dan bij een beperkter aantal groepen. Zodoende zorgt een inkomenswijziging niet direct voor een grote wijziging in het toeslagpercentage. Dit geldt met name voor ouders die rond de grens van een inkomensgroep zitten.”

Dat is een plausibel argument dat echter met name van toepassing is op gezinnen waarvan het inkomen stijgt. Voor gezinnen die te maken hebben met een inkomensdaling levert minder detaillering juist een nettovoordeel op.
Als minder detaillering van de toeslagregeling meer budgetruimte oplevert biedt dat de ruimte voor nieuw beleid. En als dat minder administratieve belasting bij zowel ouders, aanbieders als de Belastingdienst oplevert geeft dat voldoende argumenten om dat scenario nader te onderzoeken.

Meer kinderopvang voor minder geld, dat kan alleen bij de Belastingdienst.

Reageren? Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

www.bbmp.nl