|
Meer dan de helft van het tekort op de kinderopvangtoeslag op de Rijksbegroting over 2007 was dus blijkbaar in 2006 al te voorspellen en te koppelen aan een gebrekkige financiële planning van het Ministerie van Financiën.
De conclusie is onontkoombaar dat door een betere financiële planning in 2006 een groot deel van de ingrijpende maatregelen in de kinderopvang vanaf 2009 voorkomen hadden kunnen worden. Veel belangrijker nog is de conclusie dat de “opa en oma oppas” een veel minder grote rol speelt bij het ontstaan van de actuele begrotingsproblemen dan nu door het Kabinet wordt voorgesteld.
Effecten van de nu aangekondigde bezuinigingen
De door het Kabinet aangekondigde bezuinigingen op de kinderopvang omvatten op hoofdlijnen de volgende maatregelen: a. het afschaffen van de kinderopvangtoeslag voor de gastouderopvang; b. het beperken van de kinderopvangtoeslag vanaf anderhalf keer modaal; c. het afschaffen van de kinderopvangtoeslag voor hogere inkomens; d. het bevriezen van het maximumuurtarief dat voor toeslag in aanmerking op de huidige € 6,10.
Afschaffen van de kinderopvangtoeslag voor de gastouderopvang
Dit is de meest ingrijpende bezuinigingsmaatregel. De aanvulling van het Kabinet dat er een uitzondering is voor de gastouderopvang waarbij gastouders 4 of meer kinderen opvangen is cosmetisch aangezien dat nauwelijks voorkomt. Het is duidelijk dat deze maatregel een einde maakt aan de georganiseerde gastouderopvang in Nederland aangezien de opvangkosten voor de klanten van de gastouderopvang in Nederland door deze maatregel vervijfvoudigd zullen worden. Met name voor gezinnen op het platteland en gezinnen waarbij één van de ouders in wisselende diensten werkt (winkels, zorg, productiebedrijven) zullen hierdoor in 2009 fors koopkracht inleveren.
Het beperken van de kinderopvangtoeslag vanaf anderhalf keer modaal
Het merendeel van de ouders dat gebruik maakt van kinderopvang behoort tot deze doelgroep. Dat een hogere opvangprijs leidt tot vraaguitval is voorspelbaar en wordt ondersteund door de ervaringen in het jaar 2005. Hoe groot de uitval zal zijn is veel moeilijker te voorspellen maar dat het Kabinet een risico neemt in een
Op Prinsjesdag 2006 werd de verplichte werkgeversbijdrage voor kinderopvang vanaf 2007 door het Kabinet aangekondigd. In onze nieuwsbrief van oktober 2006 stond daarover het volgende commentaar:
De overgang van kinderopvang naar het ministerie van OCW et =binet gaat goed met de kinderopvangbranche. Een sterke groei van het gebruik, prima bedrijfsresultaten en een snel groeiende acceptatie van kinderopvang in de maatschappij gaan hand in hand met de pedagogische ontwikkeling in zowel dagopvang als buitenschoolse opvang. ”Ieder voordeel heeft zijn nadeel” blijkt echter ook op te gaan voor de kinderopvang. Dat staat in de begrotingsstukken die op Prinsjesdag 2007 gepresenteerd werden. Daaruit blijkt dat Prinsjesdag 2008 voor de branche en voor ouders wel eens een stuk minder positief kan uitvallen dan de Prinsjesdag van vorige maand.
Sterke groei kinderopvang kost Rijk veel meer geld dan begroot
Op pagina 184 van de begroting 2008 van OCW staat omschreven waar de schoen wringt: “Door de aantrekkende economie, de bovengenoemde aanpassingen vanwege de verantwoordelijkheid die bij scholen is neergelegd om te zorgen voor een goede aansluiting van school op de voor- en naschoolse opvang en vanwege het inhalen van achterstanden bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag, stijgen de uitgaven van de kinderopvangtoeslag harder dan geraamd. De tegenvaller loopt op van 305 miljoen euro in 2008 oplopend tot 344 miljoen in 2012.”
Dat de kinderopvang in Nederland met de Wet kinderopvang 2005, de verhoging van de kinderopvangtoeslag (2006 en 2007), de verplichte werkgeversbijdrage (2007) en de wettelijke aanpassingen als gevolg van de motie Van Aartsen-Bos (2007) beter toegankelijk is geworden, blijkt in begrotingstermen geen “succesvol beleidsresultaat” maar juist een substantiële “tegenvaller” van meer dan € 300 mln. per jaar! (Zie de slotopmerking in onze nieuwsbrief oktober 2006 waarin deze tegenvaller al werd aangekondigd.)
Maatregelen Kabinet voor “tegenvaller” op kinderopvangbegroting
Hoe het Kabinet deze tegenvaller te lijf gaat staat eveneens al beschreven in de begroting voor 2008: •“Vanaf 2008 zal een deel van de overschrijding van het budget via een extra opslag van de werkgeversbijdrage gefinancierd worden. Daarnaast zal het restant van de overschrijding gedeeltelijk worden gefinancierd via de enveloppe kinderopvang en deels door middel van beleidsmaatregelen”.
Werkgevers gaan vanaf 2008 ruim 21% meer bijdragen aan kinderopvang door een hogere premie (van 0,28% naar 0,34%) en vanaf 2009 kunnen branche en ouders beleidsmaatregelen (lees: bezuinigingen) tegemoet zien. Die beleidsmaatregelen worden over 11 maanden op Prinsjesdag 2008 gepresenteerd en zijn dus nu al in voorbereiding. Welke bezuinigingen op de kinderopvang komen over 11 maanden in beeld?
De mogelijkheden om te bezuinigen op de Rijksuitgaven voor kinderopvang zijn beperkt tot het verlagen van de kinderopvangtoeslag of het verlagen/bevriezen van de maximumuurtarieven. Ook kan het Rijk de “tegenvaller” dekken door het (opnieuw) verhogen van de werkgeversbijdrage. De kans is daarmee zeer groot dat één of meerdere van deze bezuinigingsmaatregelen op Prinsjesdag 2008 worden aangekondigd. En het gevolg daarvan is dus dat werkende ouders vanaf 2009 substantieel meer voor kinderopvang moeten betalen.
Mogelijke gevolgen voor ouders en ondernemers
De laatste keer dat ouders geconfronteerd werden met hogere uitgaven voor kinderopvang, was in 2005 bij de invoering van de Wet kinderopvang. Veel kinderopvangaanbieders herinneren zich die periode nog als een lastige tijd met vraaguitval en teruglopende bezettingen. Ondanks de groeiende economie in 2005 nam in de eerste anderhalf jaar van de Wet kinderopvang het aantal kindplaatsen dagopvang en het gebruik ervan af. De reactie van het Kabinet om in 2006 de toeslag voor ouders met € 130 mln. te verhogen, leverde ook een aantoonbaar effect op. In een halfjaar tijd (medio 2006 tot 1 januari 2007) steeg het aantal kindplaatsen dagopvang weer met meer dan 7% en steeg ook de kindplaatsbezetting. Op basis van die recente ervaringen is het terecht dat steeds meer ouders en ondernemers zich zorgen maken over Prinsjesdag 2008 en het initiatief nemen om Kabinet en Tweede Kamer te overtuigen de toegankelijkheid van kinderopvang ongemoeid te laten. De lobby van deze partijen moet daarbij afrekenen met hardnekkige uitgangspunten die onderzoekers tot nu toe hanteren.
Hardnekkig conservatisme bij onderzoekers …
Het hardnekkige conservatisme van de onderzoeksinstituten die het Kabinetsbeleid beïnvloeden, zal de lobby van ouders en ondernemers in de komende periode niet gemakkelijker maken. Zo betoogt het Centraal Planbureau (CPB) in de onlangs verschenen publicatie Macro Economische Verkenningen 2008 nog steeds dat de hoogte van de kinderopvangtoeslag en de beschikbaarheid van kinderopvang niet of nauwelijks effect heeft op de arbeidsparticipatie van vrouwen. Ook het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) bevestigt die stelling in een onlangs verschenen publicatie. De toelichting van het SCP in het laatste nummer van Management Kinderopvang is ook niet geruststellend. Volgens het SCP is de spectaculaire groei van de BSO niet toe te schrijven aan meer aanbod en lagere kosten, maar aan de scholen die BSO nu ‘actief aan de deur brengen’ wat mogelijk bijdraagt aan het vertrouwen van ouders in de BSO. Die verklaring gaat niet op voor de sterke groei van de dagopvang in de tweede helft van 2006 maar ook dat houdt volgens het SCP geen verband met de lagere kosten voor ouders. De chronische onderschatting door onderzoekers in de afgelopen jaren van het gebruik van kinderopvang of het effect op de arbeidsparticipatie zou aanleiding moeten geven tot een kritische evaluatie van de gehanteerde onderzoeksmodellen. Al was het alleen maar om nieuwe “tegenvallers” in volgende Rijksbegrotingen te voorkomen.
… Weersproken door de praktijk
Zo blijkt in de praktijk de stijging van de kinderopvangtoeslag in 2006 en 2007 parallel te lopen met een sterke stijging (na een daling in 2005) van het gebruik van de dagopvang. Verder bevestigen cijfers van het CBS in 2006 een recordgroei in dit millennium van de (netto)arbeidsparticipatie van vrouwen. De prognoses voor de arbeidsparticipatie van vrouwen in 2007 zijn zelfs nog beter. Met de recente publicaties is het niet waarschijnlijk dat de betrokken onderzoekers een verband leggen met de hogere kinderopvangtoeslag, de verplichte werkgeversbijdrage en het sterk toenemende gebruik van kinderopvang. Het “overgrote deel van de ouders” zou BSO nog steeds afwijzen volgens het SCP in Management Kinderopvang. Met ruim 30% van de 4- en 5 jarigen in de BSO of op de wachtlijst, en rekening houdend met de relevante doelgroep (werkende ouders) is dat aantoonbaar achterhaald. Ook het CPB erkent in de Macro Economische Verkenningen 2008 dat de toenemende arbeidsparticipatie in Nederland grotendeels voor rekening komt van … de gebruikers van kinderopvang. Hoe zich dat verhoudt tot het voorgaande, blijft onduidelijk. De paradoxen tussen onderzoek en praktijk lijken zich daarmee op te stapelen. Een wetenschappelijke onderbouwing van het verband tussen de stijgende kosten voor kinderopvang en een sterke(re) economische groei is daarmee nog ver weg.
Aftellen tot Prinsjesdag 2008
Intussen is het aftellen tot Prinsjesdag 2008. Voor ouders en ondernemers ligt er een enorme uitdaging om de Tweede Kamer in de komende 11 maanden te overtuigen en een sombere Prinsjesdag 2008 voor de kinderopvang, de arbeidsparticipatie van vrouwen en de Nederlandse economie af te wenden. Op 16 september 2008 is de conclusie te trekken of ze daarin geslaagd zijn.
Reageren?
Deze nieuwsbrief wordt samengesteld door medewerkers van Buitenhek Management & Consult.
Reacties op de inhoud van deze nieuwsbrief kunt u richten aan
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien.
|