Vorige maand heeft onze poes de geest gegeven. Dat was geen verrassing. Poes was oud – bijna 18 jaar – en zijn (jongere) collega was vorig jaar al gaan ‘hemelen’. We hadden dus al een beetje geoefend met de rituelen voor jonge kinderen die passen bij zo’n gebeurtenis. Toch was de stemming bedrukt en was de behoefte aan goed nieuws groot. Echt goed nieuws was de afgelopen weken schaars. Op zoek naar goed nieuws heb ik zelden zo vaak het woord ‘crisis’ gezien op televisie en in alle andere nieuwsmedia. Positief daaraan is overigens wel dat de bedrukte stemming vanwege de poes in het niet viel bij de stemming op de beurzen, in IJsland, bij enkele gemeenten en provincies en bij de bestuurders van Nederlandse ondernemingen.
Goed nieuws bleek niet alleen schaars maar ook nog eens behoorlijk kostbaar te zijn. Het goede nieuws over Fortis en ING (wie volgt?) kost ons allen enkele tientallen miljarden aan investeringen. Als belastingbetaler hoef je daarover – naar verluidt – niet bezorgd te zijn want die investering levert straks zoveel rendement op dat we er alleen maar beter van worden. De rekeninghouders van Icesave weten inmiddels dat zo’n stelling een loze belofte is en dat een hoog rendement onlosmakelijk gekoppeld is aan een hoog risico. Risicoloze ‘geldmachines’ bestaan nou eenmaal niet in de ‘echte’ economie. Ook aan kinderopvangorganisaties kleeft in meer of mindere mate het imago van een ‘geldmachine’. Dat beeld komt niet alleen naar voren in gesprekken met schoolbesturen die overwegen de bso zelf op te zetten of bij potentiële investeerders die na de recente teleurstellingen op de beurs zich oriënteren op de kinderopvangbranche. Zelfs in de toelichting van het kabinet op de bezuinigingsmaatregelen is dat beeld terug te vinden.
'Kinderopvang is een cyclische
bedrijfstak die zeer gevoelig is voor
ontwikkelingen in de economie.'
Ook bestuurders en toezichthouders in de kinderopvang onderscheiden zich van ondernemers in andere branches door hun mateloze optimisme over de toekomst. ‘Wij zijn niet zo gevoelig voor de economische ontwikkeling’ en ‘een eventuele terugloop vangen we op met onze wachtlijsten’ of ‘het kan geen kwaad om iets minder hard te groeien, dan komen we meer toe aan de verdere ontwikkeling van ons activiteitenprogramma’. Toch zijn er ook harde economische argumenten om minder optimistisch te zijn over de gevolgen van de slechte economische vooruitzichten voor de branche. Dat begint met de vaststelling dat de kinderopvang een cyclische bedrijfstak is die zeer gevoelig is voor ontwikkelingen in de economie. Die gevoeligheid is alleen maar toegenomen door de sterk gestegen acceptatie van kinderopvang en zal nog verder toenemen door de bezuinigingen op de toeslag vanaf 2009. Kinderopvang is aantoonbaar gevoeliger voor economische ontwikkelingen dan bijvoorbeeld de levensmiddelenbranche.
Een ontslagen werknemer blijft immers boodschappen inkopen en het is maar de vraag of dat ook geldt voor de kinderopvang die hij of zij afneemt. Daarnaast is het ook van belang om vast te stellen welke verwachtingen er zijn bij de klanten van de kinderopvang. Een algemene graadmeter daarvoor is het consumentenvertrouwen dat door het CBS in kaart wordt gebracht. Uit die gegevens blijkt dat het consumentenvertrouwen in de eerste 7 maanden van dit jaar (dus voor de crisis echt losbarstte) zeer sterk is gedaald. Voor een vergelijkbare daling moeten we terug naar het jaar 2002 toen in Nederland de werkloosheid – na een jarenlange daling – weer begon op te lopen en de economische groei het nulpunt bereikte. In die periode draaide 20 procent van de kinderopvangaanbieders met een positief exploitatieresultaat, de overigen draaiden quitte of met verlies.
Net als bij beleggingen geldt dat resultaten uit het verleden geen garantie voor de toekomst bieden. Maar daar staat tegenover: een gewaarschuwd mens... Waar leidt dit toe en wat kunnen bestuurders en toezichthouders ermee? Vooralsnog zijn er in deze markt twee aandachtspunten van belang.
Het eerste aandachtspunt is om de hogere drempels die banken onvermijdelijk zullen aanleggen niet te omzeilen door investeringen grotendeels uit eigen middelen te financieren. Een gezonde verhouding tussen eigen en vreemd vermogen is juist in deze periode van groot belang voor een solide basis die tegen een stootje kan. Misschien nog wel belangrijker is het om – als tegenwicht voor bovenmatig optimisme – de rol van ‘zwartkijker’ in het bestuur of het MT te beleggen?
Reageren?
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien.
. www.bbmp.nl