Ontvang onze nieuwsbrief!


Naam:

E-mail:

Geschreven door Ed Buitenhek   

Utrecht - juni 2010

“De kinderopvangsalami..."

Bij het schrijven van dit stuk was net bekend geworden dat Nederland zich plaatst voor de
achtste finale van het WK-voetbal. Als rasoptimist wil ik maar starten met ons alvast te feliciteren met de WK-beker waar we lang naar hebben uitgekeken. Dit WK zal eerder geschiedenis schrijven met de vuvuzela dan met kwalitatief hoogstaand voetbal. Was gebrek aan diepgang en creativiteit in het Nederlands elftal wekenlang het gesprek van de dag, aan diepgang en creativiteit in de bezuinigingen op de kinderopvang is geen gebrek.
ed_column

De eerste voorgenomen bezuiniging is vorige maand bekendgemaakt. Door aanpassing van de toeslagen wordt kinderopvang voor ouders in 2011 gemiddeld een kwart duurder in vergelijking met 2010. 2011 wordt het derde opeenvolgende bezuinigingsjaar voor de branche en de kans is groot dat ook in 2012 opnieuw het mes in de kinderopvang gaat. Door die jaarlijks terugkerende bezuinigingen moeten bewindspersonen steeds creatiever boekhouden. Introduceerde minister Plasterk al eerder een nieuwe defi nitie voor de werkgeversbijdrage, nu was het de beurt aan demissionair minister Rouvoet. In zijn brief over de voorgenomen bezuinigingen aan de Tweede Kamer staat: ‘Het aandeel van ouders in de totale kosten van kinderopvang, tot de maximumuurprijs, stijgt tot circa 26 procent in plaats van de circa 21 procent die ouders nu (2010) bijdragen.’ In die tussenzin zit de clou. Volgens Rouvoet is de ouderbijdrage niet langer het aandeel dat ouders bijdragen aan de totale kinderopvangkosten maar uitsluitend dat deel dat ze bijdragen tot aan de maximale vergoedingsnorm. Met die nieuwe definitie valt het allemaal reuze mee voor ouders. De realiteit is echter dat ouders in 2009 22 procent van de totale kosten (Jaarverslag OCW, 2010) betaalden en dus – door verlaging van de vergoedingsnormen voor gastouderopvang en bso – dat aandeel in 2010 zien stijgen van 22 procent naar ongeveer 27 procent in 2010. Met een minder creatieve defi nitie en een voorzichtige prognose is de conclusie dat ouders door de voorgenomen maatregelen in 2011 een derde van de kosten voor kinderopvang betalen en gezamenlijk met werkgevers zelfs de helft.

Prognose financiering kinderopvang

Daarbij blijft het niet. De tweede bezuinigingsronde die de branche in 2012 gaat treff en moet nog komen en wordt onderdeel van het nieuwe Regeerakkoord. Zowel CDA als VVD (één en waarschijnlijk zelfs beide partijen gaa(t)(n) deel uitmaken van een nieuw kabinet) stellen een extra bezuiniging in het vooruitzicht vanaf 2012 die ongeveer twee keer zo groot is als de bezuinigingsronde voor 2011. Zelfs met de meest conservatieve inschatting van de prijselasticiteit wordt niet marktverzadiging maar ook vraaguitval van 10 procent of meer een reëel scenario.

Het is niet de enige uitdaging waarmee kinderopvangondernemers moeten dealen. Zo blijkt babyopvang schadelijk en moet het dus beperkt of afgeschaft worden. De Radboud Universiteit Nijmegen baseert die conclusies op een meting van de hoeveelheid stresshormoon bij baby’s. Een meer door de wol geverfde wetenschapper
– Tavecchio – zei daarover slechts enkele jaren geleden nog: ‘Dat (hormoon) kan ook een indicator zijn van positieve opwinding of intensieve betrokkenheid (TSS, november 2006)’. Is er sprake van voortschrijdend inzicht bij wetenschappers en is er echt iets aan de hand of...? De enige wetenschapper die kritisch reageerde was een neurobioloog die vanuit de VS het onderzoek grotendeels van tafel veegde: extra.volkskrant.nl/opinie/artikel/show/id/5975/
Hoezo_babyopvang_dicht%3F. Als klap op de vuurpijl richtte het onderwijs haar pijlen op de driejarigen in de dagopvang. ‘Prima advies van de Taskforce Onderwijs/Kinderopvang om opvang en onderwijs te integreren. Zullen we dan maar met de driejarigen beginnen?’ was de inzet van het advies van de Onderwijsraad. Slechts enkele krantenkoppen en de dagopvang is gehalveerd tot voorziening voor uitsluitend 1- en 2-jarigen met en passant dé oplossing voor het teruglopend leerlingaantal in het basisonderwijs.

Het is opvallend te zien hoe de branche op eigen kracht en met beperkte middelen de strijd moet voeren met wetenschap, adviesraden, politiek en andere concurrerende belangen. Je zou bijna vergeten dat het allemaal draait om dienstverlening aan gezinnen die een eigen belang hebben. Met de sterke toename van de ouderbijdrage is het de hoogste tijd voor ondernemers en branche om hun klanten te mobiliseren. Als ervaringsdeskundigen zijn zij beter dan politici, wetenschappers en ondernemers in staat om richting te geven aan discussies over de toekomst van de kinderopvang:

• hoe denkt u over het opleidingsniveau van pm’ers?
• Is uw 3-jarige inderdaad beter af op de basisschool?
• Is langer ouderschapsverlof een goed alternatief voor babyopvang?
• Wat betekenen de bezuinigingen voor uw arbeidsparticipatie?

Een ondernemer of – beter nog – een branche die concrete antwoorden van de bijna 1 mln. klanten (ofwel 14 kamerzetels) op die vragen weet is – met of zonder vuvuzela – beter in staat om beleid te beïnvloeden. Aan de slag want in deze barre tijden
kan BOinK wel wat hulp gebruiken.

Reageren? Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien. .www.bbmp.nl