|
Qua visie zaten de vertegenwoordigers van onderwijs en opvang overigens ook niet op één lijn. 'Laat scholen de kinderopvang doen dan heb je meteen een naadloze aansluiting', pleitte een deel van het onderwijsveld. 'Doe dat maar niet', pleitten de kinderopvangaanbieders, 'want opvang is echt iets anders dan onderwijs.' Ook de visie van ouders met kinderen in de kinderopvang – met verve vertegenwoordigd door opper ouder Jellesma – stond haaks op de visie van ouders in het onderwijs onder aanvoering van de andere opperouder Van Katwijk. Wat moet je als vooruitstrevende volksvertegenwoordigers met zo'n verdeeld volk? De alledaagse praktijk krijgt intussen last van de onduidelijkheid over het toekomstscenario dat het Kabinet gaat volgen met de aansluiting tussen onderwijs en opvang. Menig schoolbestuur met krimp van het aantal leerlingen vestigt inmiddels de hoop op het binnenhalen van de driejarigen en stelt de noodzakelijke maatregelen (fusie, sluiting, regionalisering, ontzuiling) nog even uit. De pilots met 0-groepen worden door hen gezien als het voorportaal van het toekomstcenario dat het Kabinet nastreeft. Haast is echter geboden in Den Haag want de komende jaren is de leerlingenkrimp het sterkst. En dat betekent dat de onderwijslobby zich inzet om voldoende middelen bij elkaar te sprokkelen om dit toekomstscenario snel te realiseren.
Intussen wordt ook harmonisatie tussen peuterwerk en opvang door het onzekere toekomstperspectief belemmerd. Waarom zou je immers als gemeentebestuur, als kinderopvang- of als peuterwerkaanbieder nog investeren in harmonisatie van onderwijs en opvang als het 0-groepen-scenario aan de horizon lonkt? Het is dan niet zo wonderlijk dat veldpartijen – ieder vanuit een eigen perspectief – aan de beleidsmakers vroegen om een heldere toekomstvisie over voor- en vroegschoolse voorzieningen met een duidelijke rolverdeling tussen overheid en uitvoerders.
|
Op dat punt kan de politiek onzekerheden voor onderwijs en opvang wegnemen en de basis verbreden voor publieke (via de gemeente) en private (via de aanbieders) investeringen in aansluiting tussen onderwijs en opvang.Werkgevers betaalden in 2010 € 700 mln. van de Nederlandse kinderopvangrekening. De kosten (tot aan de vergoedingsnorm) bedroegen in 2010 in totaal € 3,7 mld. Een derde daarvan is ruim € 1,2 mld. en dat betekent dat het op peil brengen van de werkgevers bijdrage tenminste € 500 mln. oplevert. Of dat ook daadwerkelijk gaat lukken is afhankelijk van de rekensommen voor de premieopslag die straks de revue passeren. Als het gaat om premieberekeningen voor de werkgeversbijdrage kinderopvang heeft het Rijk geen best track record. Bij aanvang in 2007 werd de premie te laag vastgesteld en in 2008 bij de eerste aanpassing van de werkgeversbijdrage werd de premie opnieuw te laag vastgesteld. Resultaten uit het verleden bieden dus zeker geen garanties voor de toekomst. Een simpele rekensom leert dat verhoging van de premieopslag met tenminste 75 procent (van 0,34 naar 0,60 procent) noodzakelijk is om werkgevers daadwerkelijk een derde te laten bijdragen.
Het op peil brengen van de werkgeversbijdrage voor kinderopvang is een belangrijke stap op weg naar een solide fi nanciële basis voor de branche. De extra middelen die daardoor binnenkomen zullen eerst gebruikt worden om de bezuinigingen op de toeslag voor hoge inkomens te repareren. Dat kost ca. € 100 mln. Als het goed is, blijft er dan nog ruim budget over om andere maatregelen af te zwakken of... te investeren in nieuw beleid, bijvoorbeeld het verbreden van het 0-groepenscenario.
Fijne vakantie verder...
Reageren?
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien.
.www.bbmp.nl
|