|
Met het besluit van SZW komt in 2009 een einde aan het onderscheid in arbeids-voorwaarden tussen de leden van beide brancheorganisaties. En dat betekent dat er één belangrijk motief minder is om als ondernemer te kiezen voor het lidmaatschap van de ene of de andere brancheorganisatie. Blijft over het onderscheid in prijs-/kwaliteit-verhouding van het aanbod van de brancheorganisaties. Eerst maar het prijselement. Tot circa € 20 mln. aan omzet is de contributie van BKN en de MOgroep Kinderopvang vergelijkbaar. Aangezien verreweg het grootste deel van de lidorganisaties bij beide organisaties tot die omzetcategorie behoort biedt het kostenaspect geen onderscheidend motief. De keuze voor de één of voor de ander wordt bepaald door de kwaliteit van de dienstverlening en de belangenbehartiging. In hoeverre is de brancheorganisatie in staat om de wet- en regelgeving te beïnvloeden. Dat laatste wordt mede bepaald door de omvang van de achterban. Ook die cijfers zijn te halen uit de stukken die het besluit van SZW onderbouwen. Gemiddeld per jaar sinds de oprichting in 1995 is er één procentpunt aan marktaandeel bijgekomen bij de BKN. Nog maar zo’n 30(!) jaar te gaan voor een beetje evenwichtige verdeling van belangenbehartiging in de branche zou je kunnen zeggen.
'If you can’t beat them, join them.'
Ineen dubbelinterview met beide voorzitters eind vorig jaar hing de verloving al in de lucht: ‘Op de langere termijn kunnen we echt toe naar één organisatie’ klonk het. Nu er een belangrijk onderscheid is vervallen kan die ‘langere termijn’ wel eens fors ingekort worden. Temeer als je de toekomstvisies van beide naast elkaar legt en vaststelt dat daar geen enkel licht tussen zit.
Verschillende stemmen
De voorstanders van zo’n scenario roemen de enorme voordelen van één brancheorganisatie: één stem, één visie en één aanspreekpunt voor politiek Den Haag. Dat is altijd krachtiger dan de huidige situatie zeggen zij. Tegelijkertijd moet je vaststellen dat er steeds meer platforms ontstaan om de verschillende stemmen van dé branche te laten horen naar de politiek.
|
De vereniging van gastouderbureaus (VGOB) eist meer keuze voor ouders, KINDwijzer eist noodwetgeving gastouder-opvang, KIK geeft Dijksma schuld van hogere kosten voor ouders en de di-recteuren verenigt in de bdKO debatteren met politici over de toekomst van de kinderopvang. Het is maar een greep uit de verschillende stemmen van de branche die de afgelopen maanden de media bereikten. Dat verschijnsel zal naar verwachting het komende jaar alleen maar sterker worden.
'Het is daarom te hopen dat het bestuur van de BKN de uitdaging aangaat en put uit het ondernemer-schap van de leden om een nieuw unique selling point te presenteren.'
Uitsluitend op een heel hoog abstractie-niveau zijn de belangen van alle kinder-opvangaanbieders in Nederland gelijk. Zo vechten gastouderbureaus, peuterspeel-zalen en kinderopvangondernemers ieder hun eigen strijd om dezelfde pot met schaarse overheidsmiddelen. Die strijd zal alleen maar heviger worden nu het Rijk op zoek gaat naar aanvullende bezuinigingen op de overheidsbegroting.
Juist in zo’n kritische fase kunnen concurrerende belangenbehartigers die elkaar scherp houden van groot belang zijn. Het is daarom maar te hopen dat het bestuur van de BKN de uitdaging aangaat en put uit het ondernemerschap van de leden om een nieuw unique selling point te presenteren. Anders gloort een samengaan van beide brancheorganisaties tot solide blok kaas of saaie eenheidsworst. Het is maar wat je lekker vindt.…
Reageren?
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien.
. www.bbmp.nl
|