|
Een bijdrage van een derde deel voor de werkgevers bij de berekening van de premie voor werkgevers was al gematigd. Zo worden werkgevers niet aangeslagen voor de kinderopvang voor ouders zonder werkgever (onder andere ouders in een reïntegratietraject). Op basis daarvan werden werkgevers in 2007 niet aangeslagen voor 33 procent maar voor 28 procent van de begrote kosten kinderopvang. Uit de antwoorden op de vragen over de begroting 2009 blijkt nu dat het kabinet breekt met dit uitgangspunt. De werkgeversbijdrage bedraagt daardoor in 2011 geen 33 procent, geen 28 procent maar slechts 22 procent of in euro’s: 719 mln. Ter vergelijking: in 2003 betaalden werkgevers bruto nog meer dan 50 procent en in 2004 betaalden ze ook al € 700 mln. aan de kinderopvang in Nederland.
Logica
Het nieuwe uitgangspunt van het kabinet heeft enige logica. Met de rap naderende recessie lijkt het goed verdedigbaar dat het kabinet kiest voor lastenverlichting voor het bedrijfsleven en de werkgeversbijdrage voor kinderopvang ongemoeid laat. Dat heeft echter wel als consequentie dat de koopkracht van gezinnen met kinderopvang daalt als gevolg van de bezuinigingen op de toeslag die door die beleidskeuze noodzakelijk zijn. Blijkbaar weegt in deze barre tijden de koopkrachtdaling voor consumenten met opvang minder zwaar dan lastenverzwaring voor bedrijven. Consequentie van deze beleidskeuze voor de langere termijn is wel dat de kinderopvang structureel voor het grootste deel afhankelijk wordt van het huishoudboekje van de overheid en minder van marktpartijen (ouders en werkgevers). Daarmee neemt ook de kans op overheidsingrijpen verder toe. Het eerste signaal daarvan is er al. Dat is de aankondiging van het kabinet om met ingang van 2010 wettelijke maatregelen te nemen om buitensporige prijsverhogingen in de kinderopvang onmogelijk te maken.

Niets mis
Op zich is er niets mis mee om welke buitensporigheid dan ook aan te pakken, zeker niet als het gaat om de besteding van belastinggeld. De vraag is echter wel of er een reële aanleiding is om te veronderstellen dat zo’n maatregel noodzakelijk is. De vervolgvraag is dan hoe ‘buitensporigheid’ gedefinieerden vast-gesteld wordt. Uit de Rijksbegroting 2009 blijkt dat de gemiddelde prijsstijging in de kinderopvangbranche in 2008 1,75 procent bedroeg. Daarover kan niemand echt opgewonden raken. Wordt dat cijfer dan mogelijk geflatteerd door grootschalig creatief omgaan met openingsuren?
|
Ook dat blijkt niet uit het aantal klachten op dit punt dat de Stichting Klachtencommissie Kinderopvang heeft behandeld in 2008. Dat is (net als voorgaande jaren) op één hand te tellen. Uit een recente steekproef blijkt evenmin dat de tarieven in 2009 een buitensporige ontwikkeling laten zien en onder de loonkostenontwikkeling blijven. Dat er op dit punt een probleem is wordt hooguit levend gehouden door één (nonprofit) aanbieder die onlangs haar dienstenaanbod aanpaste en daarmee volop de aandacht van de media en de Tweede Kamer oogstte.
De NMa
De NMa doet nu onderzoek naar mogelijk misbruik van de economische machtspositie die met name stedelijke kinderopvangaanbieders hebben. Met de wachtlijsten en een dominant marktaandeel hebben die organisaties immers de gelegenheid om klanten ‘een poot uit te draaien’. Naast gelegenheid moet er echter ook een motief voor misbruik zijn.
"Winstmaximalisatie is geen motief voor misbruik..."
Winstmaximalisatie is geen motief aangezien vrijwel alle stedelijke aanbieders stichtingen met een maatschappelijk doel zijn waar bestuurders niet de hete adem van gretige aandeelhouders in de nek voelen. Waarom dan toch wettelijke maatregelen om ‘buitensporige’ prijs-aanpassingen te voorkomen? Dat hangt ongetwijfeld samen met de aan-kondiging van het kabinet om in 2010 de maximum te vergoeden uurprijs voor bso te verlagen. Want één ding blijkt wél uit de onderwijsbegroting en dat is dat het gemiddelde uurtarief voor bso in 2010 ruim daarboven zal liggen. Dat betekent dat meer dan de helft van de huishoudens die van bso gebruikmaakt in 2010 een hogere kostenstijging tegemoet kan zien dan het kabinet heeft voorzien. Tenzij... het begrip ‘buitensporig’ wel een hele ruime interpretatie van de overheid krijgt en ze actief ingrijpt in het prijs- en kwaliteits-beleid van ondernemers.
In dat krachtenveld kan het geen kwaad om duidelijker onderscheid te maken tussen de verantwoordelijkheid van ondernemers en die van de overheid. Nog steeds circuleren termen als ‘maximumtarief’, ‘maximum uurprijs’ en ‘tariefplafond’ voor de vergoedingsnorm die de overheid heeft vastgesteld. Met bovenstaande vooruitzichten is het aan te raden om alle associaties tussen die norm en de prijzen van ondernemers te doorbreken en de € 6,10 voortaan consequent aan te duiden met ‘vergoedingsnorm’. De andere goede voornemens voor 2009 mag u zelf verzinnen.
Reageren?
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien.
. www.bbmp.nl
|